Waterschap doet diverse grondwaterbeheer onderzoeken voor Amersfoort, Soest en Baarn

29 november 2020

Vanuit de gemeente Amersfoort, Soest en Baarn lag er de vraag de vraag waar infiltratieprojecten kunnen worden gestart zonder overlast op andere plekken te geven. Daarnaast spelen er meer vraagstukken in de ondergrond. Straten of wijken met (potentiële) overlast en in Amersfoort verontreinigingen die naar de Eem stromen. Vanuit het waterschap hadden we de wens om stedelijk grondwaterbeheer te stimuleren, omdat de steden nog teveel los van het landelijk gebied staan in het grondwaterbeheer. Almer Bolman, beleidsmedewerker planvorming van Waterschap Vallei en Veluwe is bij de onderzoeken betrokken en vertelt ons hier meer over.

Wat is jouw rol in het onderzoek?
Inbreng van kennis. Ik wil vooral laten zien dat voor deze stedelijke gebieden modellering een meerwaarde biedt om tot geïntegreerde optimale oplossing te komen, bijvoorbeeld door overlast niet aan te pakken in de laag gelegen wijk zelf, maar door hoger in de gradiënt het water te onderscheppen. Dat water kun je dan misschien als drinkwater gebruiken, of afleiden naar natuur rond het stedelijk gebied. Door dat hoger in de gradiënt te doen behoudt het water potentie. En zo zijn er mogelijk ook links te leggen tussen verontreinigingen en WKO, en zo voort. Als waterschap hebben we sterk de voorkeur voor een model dat goed aansluit op ons regionale model zodat veranderingen op groter schaalniveau goed door kunnen werken in het model voor de stad en andersom vanuit de stad naar het omliggend landelijk gebied.

Welke aanpak heb je gekozen?
Aangezien deze gemeenten op de gradiënt van Heuvelrug naar Eemvallei liggen is grondwaterstroming van belang. Daarom is grondwatermodellering nuttig. Een ingreep op plek X kan een heel eind verderop effect hebben. Dat geldt zowel voor het effect van infiltratie als voor het effect van drainage. In Amersfoort is er bovendien sprake van complexe opgaven, met mobiele verontreiniging, drinkwaterwinning en bodemwarmtesystemen. Ik vind het belangrijk dat de gemeenten zelf de nut en noodzaak van modelleren onderschrijven, dus de keuze ligt bij hen. Mijn collega’s en ik laten de voordelen zien en helpen in de keuze met het beschikbaar stellen van kennis en ervaring.

Wat zijn de resultaten tot nu toe?
Er loopt nu een voorstudie om een conceptueel model voor de stedelijke ondergrond te maken. Daarmee wordt inzichtelijk hoe complex de ondergrond in elkaar zit en komen ruimtelijke verbanden al in beeld.

Zijn daar nog opvallende zaken uit gekomen?
Nog niet. Het is wel duidelijk dat met een hydrologische bril kijken naar de stedelijke ondergrond lastig is voor gemeenten. Dat is logisch, gezien de taakstelling van gemeenten. Met de aanleg van grondwatermeetnetten is al een stap gezet, waarbij het actieve gebruik nog sterk verschilt tussen gemeenten. De stap naar modellering is erg groot, dus het is logisch dat daar “koudwatervrees” bij komt kijken. Toch is het goed als gemeenten hierin vooruit gaan kijken vanwege de complexiteit van opgaven in de stedelijke ondergrond. Binnen het platform zijn er verschillende scenario’s denkbaar om dit aspect te adresseren: per gemeente, als platform of door meer te leunen op de expertise bij het waterschap met daarbij verschillende varianten voor onderlinge afstemming en inzet van adviesbureaus.

Hoe gaat het nu verder?
Op basis van het conceptuele model moet de keuze worden gemaakt om al dan niet een grondwatermodel voor het stedelijk gebied te maken. Wanneer de keuze wordt gemaakt om een specifiek model voor het stedelijk gebied te maken, dan zullen al snel toepassingen in beeld zijn: bepalen van geschikte gebieden voor afkoppeling, het modelmatig variëren van de onttrekking op de Amersfoortse Berg om grondwateroverlast te voorkomen, het modelleren van natuurlijke lozing van grondwaterverontreiniging, etcetera.

Na afronding van het onderzoek delen we de resultaten in de nieuwsbrief en op deze website.